Bedreigingen

Enige tijd geleden waren en perikelen rond een (dans)voorstelling op een begraafplaats. Wat ik onthield uit de informatie; door de gemeente was er vergunning gegeven, volgens de rechter terecht; na bedreigingen besluit de organisator toch de voorstelling af te blazen.

Ik wil het hier geen discussie voeren over het idee van een voorstelling op een begraafplaats. Voor alle voors van de artiest, zijn er tegens van de nabestaanden. En andersom.

Wat me vooral teleurstelde, wat me verbaasde, en waarover ik me boos maakte, waren de bedreigingen. Bedreigingen omdat jij het niet eens bent omdat een ander een andere mening heeft, een andere invulling geeft aan zijn leven, of (in dit geval) een andere invulling geeft aan kunst en cultuur.

Ik dacht dat er in deze samenleving regels en wetten waren. Dat deze ook werden gerespecteerd. Dat er ruimte is voor discussie. Dat er zelfs ruimte is voor gedogen. Dat het laatste oordeel over een kwestie gegeven wordt door een (onafhankelijke) rechter. Dat jij vaak gelijk krijgt en soms niet, en dat jij je daar bij neer legt. Hoe moeilijk dat ook is.

Maar ik had het dus mis. Het gaat om het recht van degene met de grootste mond, het recht van diegene die de meeste angst kan zaaien. Dus eigenlijk het recht van willekeur en terreur. Dat maakt me dat ik me verbaas, dat ik verdrietig ben en boos.

Natuurlijk begrijp ik dat de organisator kiest voor de veiligheid van zijn mensen. Natuurlijk begrijp ik dat je een rechter vraagt om een oordeel. Ik begrijp zelfs dat de mening van de rechter niet die van jou is. Maar waarom moet jij dan je toevlucht nemen tot bedreiging? Waarom noem jij jezelf dan nog ‘beschaafd’?

Mag jij iemand met een afwijkende mening bedreigen? Mag jij ten kosten van alles jouw gelijk halen? Mag jij je eigen mening aan de hele mensheid opdringen?

Ik vind van niet. Iedereen heeft recht op een eigen mening, net als jij. En soms wijkt die mening af van de jouwe.

Net zoals jouw mening wel eens af zal wijken. Mag jij dan bedreigd worden? Mag jou dan geweld worden aangedaan?

Wordt jouw wezen, jouw zijn, bepaald doordat je dezelfde mening hebt als de mensen om je heen? Of wordt jouw wezen, jouw zijn, bepaald doordat jij een open oog en oor hebt voor de meningen om je heen?

Evenaren

Het is veel te lang geleden dat ik wat gepost heb. Daar wil ik weer eens verandering in brengen.

Hij moest, hij zou, hij kon. Ja wat eigenlijk. Alles wat anderen ook deden? Een betere baan met meer verantwoordelijkheid, meer salaris, lopen naar Santiago de Compostella, zes keer de Alp d’Huez op fietsen, de marathon lopen? Hij had gevonden van wel. Of misschien vond hij dat nog steeds wel, maar wist hij beter.

Hij wist in ieder geval dat al dat moeten hem moe maakte, zo vreselijk, vreselijk moe. Eigenlijk wilde hij helemaal niet moeten. Hij wilde vooral dat het leuk was. Dat hij leuk was.

En om leuk te zijn moet je van alles. Overal een mening over hebben, het perfecte leven leiden, in een perfect huis, met perfecte vrienden (die ook van alles moeten).

Oh ja, en dan moest hij ook nog zijn medicatie op tijd innemen, regelmatig voor controle naar de huisarts, letten op wat hij eet, een paar kilo’s gewicht verliezen. En hij was al moe, zo vreselijk moe.

En dan wilden familie en vrienden ook nog van alles. Een leuk gesprek, zo af en toe op bezoek, een keer uit eten, of naar het terras. Allemaal leuk en zo, daar niet van. Maar hij werd er soms zo moe van. Zo vreselijk moe.

Oh, hij wist ook wel dat fysiek alles nog wel op te brengen was. Maar aan het eind van de dag was hij uitgeteld, aan het eind van zijn Latijn, op, klaar, gedaan.

Hij wist ook wel dat het niet in de fysieke prestatie zat (hoewel ver lopen, veel fietsen of hard rennen best fysieke) prestaties zijn. Het zat hem vooral in het moeten.

Hij wist best dat hij zich niet met anderen hoefde meten. Dat alleen zijn eigen maat bepalend was. Maar hoe krijg je dat in je systeem. Pas dat maar eens aan. Daarvoor moet je wel wat weten.

Verwaarlozen

Veel te laat, deze bijdrage voor de WE300. Maar dat past natuurlijk wel bij het thema; Verwaarlozen.

Hieronder mijn 300 woorden. Hoop op jullie reacties.

 

Ja, hij had het goed voor elkaar; baan, huis, vrienden, hobby’s. Een goed leven met weinig zorgen. Niet dat hij geen dromen en wensen meer had. Hij kon nog wel wat bedenken. Een cruise langs de Noorse fjorden. De Trans Mongolië expres reizen. Een keer alle mooie voorstellingen in het theater bezoeken. Een goede, passende, opleiding voor iedereen. Een wereld die vreedzaam samen leeft. Maar uiteindelijk was hij gewoon meer dan tevreden. En dat wensenlijstje bleef gewoon, omdat het zo lekker is om nog ergens over te dromen.

Het leven ging door. Gestaag, schijnbaar onveranderd. Toch voelde het anders. Minder zorgeloos wellicht. Of was hij minder tevreden. Maar hij had het toch goed? Hij had toch niets te klagen.

Zijn leven gleed gewoon door. Toch bleef dat gevoel van ontevredenheid. Het werd zelfs sterker. Oh nog steeds baan, huis, vrienden en hobby’s. En natuurlijk zijn dromen en wensen. Maar hij vergat iets. Iets belangrijks. Maar hij kon de vinger er niet op leggen wat dat was.

Het leven ging gewoon door. Dat was wel duidelijk. Maar hij maakte zich zorgen. Was ontevreden en rusteloos. Leerde daar mee leven. Maar het onbezorgde prettige was er niet meer. En natuurlijk dacht hij nog wel eens aan zijn dromen en wensen. Maar dat leek hem nu wel heel ver weg.

Op een nacht droomde hij. Hij was bezig met het onderhoud van zijn huis. Het was nodig. Hier en daar was het onderhoud achterstallig. Bij de vorige onderhoudsbeurt had hij goede keuzes gemaakt. Maar een aantal was minder goed uitgepakt. Of inmiddels achterhaald. Daarnaast had hij zelf inmiddels andere eisen en ideeën. Hoogste tijd voor een lijstje en een actieplan.

Opgewekt werd hij de volgende ochtend wakker. Ja, ook dromen en wensen hadden onderhoud nodig. En een actieplan. Het was de hoogste tijd.

Groot, Groter, Groots(t)

Het wat een mooie middag. Hij moest nog even naar de stad. Uiteraard nam hij de fiets. Zoals hij meestal de fiets nam. En ook nu nam hij de oude vertrouwde route naar de stad.

 

Dezelfde route die hij al honderden keren gefietst had. Op de fiets die al jaren zijn fiets was. En toch was het anders.

De zon scheen zoals dat wel vaker gebeurde. En ook de wind zat wel vaker in deze hoek. En toch was het anders.

Links werd hij ingehaald door een snelle dame. Zoals hij wel vaker werd gepasseerd. En toch was het anders.

 

Ineens wist hij het. Hij was gegroeid. Natuurlijk, hij wist dat jij niet de kleinste was. Maar nu was hij groter. Of in ieder geval voelde hij zich groter. Alsof hij met gemak overal bovenuit stak.

Dag zon op mijn gezicht. Dag verkoelende bries. Daaaaag mevrouw in de verte (fiets maar snel door. U bent sneller, maar ik voel me groots. En daar geniet ik nog een poosje van)

WE November. Verhalen 3

Verhalen 3

 

Na jaren zag ik Tim weer. Op onze personeelsvergadering. Uitbundig had ik hem begroet. Alsof ik een oude geliefde terugzag. Tim, de mooiste jongen van de klas, de vrouwenversierder.

Uiteraard kreeg ik vragen. Is Tim ook homo? En al die vrouwen dan? Hebben jullie wat gehad? Ik hield mij op de vlakte. Natuurlijk wist ik dat ik hierdoor de geruchten alleen nog maar zou versterken.

Voor Tim was dit slopend. Hij had geen controle meer. Hij moest zich overgeven aan wat anderen over hem vertelden. En verdedigen? Tegen geruchten is dat ondoenlijk. Nu had ik de touwtjes in handen. Mijn wraak was zoet. Heel zoet. Hij moest voelen wat ik gevoeld had.

Toevallig zag ik Tim maanden later weer. We liepen samen naar buiten. Ik vroeg hem of hij zin had nog wat te drinken. Ik had een nee verwacht. Toch stemde hij in. Even later zaten wij in een rustig hoekje in een bruin café.

Ik stak meteen van wal. Vertelde over mijn middelbare schooltijd. En zijn rol daarin. En mijn wraak. Stil hoorde Tim me aan. Hij bleef lang stil. Toen begon Tim te praten. Over de druk van zijn ouders toen, over de druk van zijn omgeving nu, over hoe eenzaam hij was, over zijn onzekerheid.  Over hoe goed hij zich voelde over onze ontmoeting. Over hoe goed de kus van mij voelde. Over hoe leuk hij me vond. Altijd al gevonden had. Nu was het mijn beurt om stil te blijven.

Was dit nu mijn stoere, onbereikbare, sterke Tim? Ja, ook dit was mijn Tim. Maar wel zijn andere, betere, kant.

Tim is blijven slapen. En de volgende dag kwamen we samen op kantoor. Wordt daar over gekletst? Natuurlijk. En wie er naar vraagt krijgt een eerlijk antwoord. En Tim? Die is een stuk leuker geworden.

WE 300 December. Kerstpiekeren

Kerstpiekeren.

Had hij echt alle boodschappen in huis. Had hij echt alle voorbereidingen getroffen. Voor de zekerheid keek hij nog maar een keer naar zijn lijstjes en draaiboekjes. Voor de derde keer deze avond. Ja; alles was er en alles wat al gedaan kon worden was gedaan. Nog een drankje. En dan maar hopen dat hij zo nog wat kon slapen.

Morgen was het kerstdiner, zijn kerstdiner. Zijn diner omdat niemand anders zich had aangemeld voor de organisatie. Maar ook omdat hij vond dat niemand anders zo’n diner kon organiseren. Daarnaast vond hij het leuk om de complimenten te ontvangen.  Alleen de stress vooraf, daar kon hij maar niet aan wennen. Zelfs met lijstjes en draaiboeken bleef hij zich zorgen maken of hij alles wel geregeld had.

Zoals altijd was ook dit kerstdiner een groot succes. Zijn gasten hadden de avond van hun leven. En hij genoot omdat zijn gasten zo genoten. Tussendoor ving hij flarden van gesprekken op. De slechte betaalbaarheid van huurwoningen, slecht-weer-vakantie in Italië, winterspelen.

’s Avonds had hij eindelijk weer tijd voor zichzelf. Met een goed glas wijn keek hij terug op een geslaagde dag. Toch, ergens in een hoekje, knaagde er wat. Misschien wel zijn geweten.

Waar maakten ze zich druk over. Wat als je niet eens een dak boven je hoofd had. Wat als een hachelijke reis naar Italië je laatste mogelijkheid was om te overleven. Of als de winterspelen de enige mogelijkheid waren aandacht te krijgen voor onderdrukking.

Bedrukt ging hij naar bed. Toch sliep hij wonderwel goed. Hij had gedroomd.

Hij wilde het hele jaar anderen een onbezorgde tijd bezorgen. Ja, het komende jaar zou fantastisch worden. Hij zou zich over van alles druk gaan maken.

En het kerstdiner? Dat zou hij organiseren. Nu omdat hij het leuk vond, en heerlijk zonder stress.

WE 300 November. Verhalen 2

Platoonline bedacht het thema. Ik ben aan het schrijven geslagen. Meteen maar twee verhaaltjes. Elk 300 woorden. Afzonderlijk te lezen maar ook allebei na elkaar.

Je vindt mijn schrijfsel terug onder Verhalen 2 en Verhalen 3.

Verhalen 2

verhalen
[regelmatig werkwoord]• het mondeling of schriftelijk doorgeven
vb:hij verhaalde zijn belevenissen
synoniem: vertellen

iemand aansprakelijk stellen voor de kosten
vb:de schade van de aanrijding is verhaald op de bestuurder
regelmatig werkwoord: ver-ha-len

Verhalen 2

Het begon op de middelbare school. Tim was de knapste jongen van de klas. En misschien wel de knapste van de hele school. In ieder geval in de ogen van Tim zelf.

Tim bepaalde wat er gebeurde, wie er bij hoorde en wie niet. Wat er in was, en wat niet meer. Tim vertelde graag over zichzelf. Over hoe goed hij was. Hoe veel hij wist. Hoe veel geld zijn ouders hadden. En later ook over hoeveel vriendinnetjes hij had gehad. En om het allemaal duidelijker te maken gaf hij meteen maar aan hoe slecht ik was, hoe dom en hoe arm mijn ouders waren.

Natuurlijk was ik niet slecht of dom. Noch waren mijn ouders arm. Maar wat Tim zei was waar. En hoewel ik niet bij zijn gevolg hoorde, kon ik nog altijd naar hem kijken. En fantaseren. Al die jaren

Het was zijn schuld dat ik mijn middelbare schooltijd voornamelijk alleen doorbracht. Maar toch zou ik het hem betaald zetten. Gelukkig ging hij een jaartje reizen, terwijl ik ging studeren. En hoewel ik hem uit het oog verloor, was hij regelmatig in mijn gedachten.

Mijn kans kwam jaren later. Toevallig werkten wij bij hetzelfde bedrijf. Nog steeds was Tim de knapste jongen. En nog steeds vertelde hij dezelfde verhalen over zichzelf. Alleen was ik veranderd. Zekerder. Niet meer bang voor de  verhalen die werden verteld. Niet meer bang voor Tim. Nog steeds was Tim erg aantrekkelijk.

In de pauze van een personeelsvergadering sloeg ik mijn slag. Uitbundig begroette ik Tim. Alsof ik een verloren gewaande geliefde terugzag. Uiteraard met drie zoenen. En hoewel Tim de derde zoen op zijn wang verwachtte, zoende ik zijn lippen; net te lang. Gelukkig wisten mijn collega’s van mijn homoseksualiteit. Maar om dat moment hoorde ik de geruchtenmachine op gang komen.

Verhalen 3

Na jaren zag ik Tim weer. Op onze personeelsvergadering. Uitbundig had ik hem begroet. Alsof ik een oude geliefde terugzag. Tim, de mooiste jongen van de klas, de vrouwenversierder.

Uiteraard kreeg ik vragen. Is Tim ook homo? En al die vrouwen dan? Hebben jullie wat gehad? Ik hield mij op de vlakte. Natuurlijk wist ik dat ik hierdoor de geruchten alleen nog maar zou versterken.

Voor Tim was dit slopend. Hij had geen controle meer. Hij moest zich overgeven aan wat anderen over hem vertelden. En verdedigen? Tegen geruchten is dat ondoenlijk. Nu had ik de touwtjes in handen. Mijn wraak was zoet. Heel zoet. Hij moest voelen wat ik gevoeld had.

Toevallig zag ik Tim maanden later weer. We liepen samen naar buiten. Ik vroeg hem of hij zin had nog wat te drinken. Ik had een nee verwacht. Toch stemde hij in. Even later zaten wij in een rustig hoekje in een bruin café.

Ik stak meteen van wal. Vertelde over mijn middelbare schooltijd. En zijn rol daarin. En mijn wraak. Stil hoorde Tim me aan. Hij bleef lang stil. Toen begon Tim te praten. Over de druk van zijn ouders toen, over de druk van zijn omgeving nu, over hoe eenzaam hij was, over zijn onzekerheid.  Over hoe goed hij zich voelde over onze ontmoeting. Over hoe goed de kus van mij voelde. Over hoe leuk hij me vond. Altijd al gevonden had. Nu was het mijn beurt om stil te blijven.

Was dit nu mijn stoere, onbereikbare, sterke Tim? Ja, ook dit was mijn Tim. Maar wel zijn andere, betere, kant.

Tim is blijven slapen. En de volgende dag kwamen we samen op kantoor. Wordt daar over gekletst? Natuurlijk. En wie er naar vraagt krijgt een eerlijk antwoord. En Tim? Die is een stuk leuker geworden.

WE 300 November. Verhalen 1

Weer een verhaaltje uit de serie WE300. Platoonline bedacht het thema. Ik deed mijn best op de rest.

Verhalen

Wat je van ver haalt is lekkerder. En wie verre reizen maakt heeft veel te vertellen. Misschien kwamen we daarom zo graag bij onze oom Rieks te gaan. Oom Rieks woonde helemaal aan de andere kant van het land. En hij was anders dan de rest van de familie. Was de hele familie keurig; keurige studie, keurige baan, keurig huis, keurig gezin keurig gekleed; oom Rieks was kleurrijk. Kleurrijk huis, kleurrijke vrienden, kleurrijk leven. Oom Rieks had gevaren op de grote vaart. En van al zijn reizen had hij wel een aandenken meegenomen. Zijn hele huis stond vol met koffers, stuurwielen, snuisterijen en zelfs een periscoop.  Reuze spannend was dat.

Als wij er waren begon hij te vertellen. Stoere praat over stormen en piraten, over verre havens en rare snuiters. Over zijn bezoek aan de sultan van Oman. Of over hoe hij ooit in de gevangenis belandde in Guinee. Uiteraard onterecht.  Over geroofde schatten en verloren goud. En altijd liep het goed af. Je kon een hele vakantie vullen met alleen maar luisteren naar oom Rieks. Na zo’n bezoek aan oom Rieks hadden wij nog weken wat te vertellen tegen onze vriendjes.

Pas na zijn dood leerden we oom Rieks echt kennen. Er kwamen kaarten en brieven van over de hele wereld. Een schooltje in Oman, een opleidingsproject in Guinee, een Iman uit Bintulu, een rabbijn uit Haifa. En allemaal bedankten ze hem. Hij had ze stuk voor stuk geholpen. Soms met geld, soms met bemiddelen. Maar altijd als doel om een samenleving te smeden met oog en respect voor verscheidenheid.

Waarom maakt dat wat niet wordt verteld toch de meeste indruk.

Wat hem in heel de wereld was gelukt, lukte niet met zijn eigen familie. Hij viel hij buiten de boot terwijl hij zo graag mensen wilde verbinden.

WE300 oktober. Verwennen.

En meteen maar een tweede verhaaltje. Weer het onderwerp gehaald bij Platoonline.

Verwennen.

In de verte hoorde hij een wekker afgaan. Maar hij wilde niet wakker worden. Nooit meer wakker worden. Gewoon blijven slapen. Om te vergeten.

Haar te vergeten. Haar prachtige lach. Haar mooie lange haar. Haar sprankelende ogen. Haar schitterende figuur.

Zij was hem meteen opgevallen. En meteen wist hij dat ze anders was. Sterker, zelfverzekerder dan alle vrouwen die hij had gezien. Uitdagender. Of misschien wel een uitdaging.

Hij wist dat hij er goed uitzag. En meestal was dat meer dan genoeg om indruk te maken op om het even welke vrouw hij tegenkwam. Maar zij was anders. Hij moest haar hebben. Hij zou haar alles willen geven wat hij had.

Dat gevoel was nieuw. Meestal had hij alleen maar genomen. Of, misschien juister, de ander had altijd alles gegeven. En dat meestal tot volle tevredenheid. In ieder geval zijn volle tevredenheid

Zij was anders. Zij wist wat ze wilde. En wat ze niet wilde. Dat voelde je aan. Zij was zijn gelijke. Hij wilde haar behagen. Hij wilde haar als vriend, als minnares, als geliefde. Als de liefde van zijn leven. Daar wilde hij alles voor geven.

Natuurlijk had het haar behaagt hem te ontvangen voor een afzakkertje thuis. Daar had hij kennis gemaakt met haar ernst, haar humor. En met haar heerlijke lijf. Hij was volledig in haar macht. Zij had genoten. Met volle teugen. En hij vond het heerlijk dat zij zo genoot. Hij deed alles wat ze wilde. En misschien wel een beetje meer. Heerlijk waren die momenten samen. Tot dat laatste moment.

Waarop ze hem wegstuurde. Als een kleine jongen. Als de kleine jongen die hij was.

Ja, hij had zijn gelijke ontmoet. Hij had haar behaagd. En tot haar volle tevredenheid. En zij had hem weggegooid, zoals hij al zo vaak iemand had weggegooid.

WE300 september. Spinnen

Aangestoken door Jackles hier mijn eerste verhaaltje. Doodeng om dat hier zo neer te zetten. Maar tegelijk ook nieuwsgierig naar jullie reacties.

Voor het onderwerp te rade gegaan bij Platoonline.

Spinnen.

Het was stil. Of nee, hij hoorde geen geluiden die er niet moesten zijn. Natuurlijk was er het ruisen van de wind, en het roepen van een nachtvogel. Maar die geluiden moesten er ook zijn. Maar buiten dat was het stil.

Hoogte tijd om op zoek te gaan naar wat te eten. Zo deed hij dat altijd. Meestal zat hij goed verborgen in zijn schuilplaats. Maar zodra alles stil was kwam hij voorzichtig tevoorschijn. Zonder verder gerucht te maken ging hij op pad om zijn netten en vallen te controleren. Maar hij was altijd op zijn hoede. Nog steeds waren er mensen die hem niet mochten. Werd hij gepakt dan zou dat zijn dood betekenen.

Terwijl hij toch zijn best deed niemand lastig te vallen. Daarom hield hij zich meestal schuil. Zolang je onzichtbaar bent, kunnen ze ook niet pakken. En kwam hij toch buiten zijn schuilplaats dan deed hij dat zo geruisloos mogelijk. En steeds bewoog hij zo snel mogelijk van de ene schuilplek naar de andere. Tijdens deze tochten had hij ook wel eens de mensen gezien die hem wilden pakken. Die hem dood wilden. Maar steeds was hij ze te slim af geweest.

Hij maakte zich verder geen illusies. Hij had gezien wat ze met zijn beste vriend hadden gedaan. Dat was een akelig gezicht.

Snel liep hij het grote veld over. Naar de schuilplaats aan de overkant. Daarachter lag een van zijn vallen. Hij hoopte dat er wat te eten in zat. Met iets kleins was hij al tevreden. Het werd tijd dat hij weer wat in zijn maag kreeg.

Nog een klein stukje naar de overkant. Opeens voelt hij een windvlaag. Die had hij niet verwacht. Hij blijft staan denk na wat er aan de hand is. De pantoffel, maat 43, verwachtte hij ook niet.